Weekblad deGouda digitaal

Kat in de Stad: Dan ben je nog niet jarig…

Ken je dat? Dat sommige dingen je blij maken en tegelijkertijd een beetje treurig? Ik had dat afgelopen dagen. En gisteren leek een feestelijk moment zelfs uit te lopen op een teleurstelling. Maar uiteindelijk werd het een gedenkwaardige dag.

De aanleiding van dit alles speelde een week geleden. Joost en Kathleen maakten na het eten een avondwandeling en ik liep gezellig achter ze aan. Aan het eind van de gracht liepen mijn mensen de lange winkelstraat in. Het was geen koopavond maar Kathleen vindt het leuk om door de ramen naar kleding, schoenen en spulletjes voor in huis te kijken. Vraag me niet waarom. Ik vind het een ramp als ik vanachter het raam van de gesloten kaaswinkel moet kijken hoe die gele lekkernijen me aanstaren.

Om mezelf te beschermen loop ik er met een grote boog omheen. Grappig genoeg heeft Joost Kathleens gedrag gekopieerd. Bij de computerwinkel met die appel op het raam is hij degene die naar binnen gluurt.

Wat ik die bewuste avond nog niet wist, was dat Kathleen dit keer niet zomaar door de winkelstraat wandelde. Ze had een plan. Dat bleek echter pas later.

Op een zeker moment stopte Joost om zijn mobiel te checken. Kathleen liep een stukje door en bleef staan voor een etalage met sieraden. Ze keek beurtelings van het glimmende spul achter het glas naar Joost en weer terug. Joost merkte het niet op. Hij stopte zijn mobiel terug in zijn zak en liep naar de overkant van de straat waar de computerwinkel is. Intussen keek ik mee met Kathleen. De kettingen met de gekleurde steentjes eraan waren best mooi. Toen Joost aanstalten maakte om verder te lopen, stond Kathleen nog steeds voor de etalage. Ik was er even bij gaan zitten.

‘Kom je, Kathleen?’ riep hij. ‘We kunnen beter richting huis gaan. De weer-app zegt dat het zo gaat regenen.’

Hoewel ik niemand iets had horen zeggen was ik meteen gealarmeerd. Ik sprong overeind en haastte me naar Joost. Waar regen is, is geen Koosje. Ik keek om en nog altijd stond Kathleen bij de winkel met sieraden. Pas toen Joost voor de tweede keer riep, kwam ze met snelle passen aanlopen. De eerste druppels landden op mijn kop.

De regen werd heviger en na een paar minuten waren we al doornat. Mijn mensen versnelden hun pas en ik moest mijn best doen om ze bij te houden.

Eenmaal thuis schonk Kathleen twee glazen dampende thee in, zette een muziekje op en kroop tegen Joost aan op de bank. Uit de speakers klonk een tekst die ik niet kon verstaan. Het was iets met daaimunts, kurl en frent. Kathleen neuriede zachtjes mee.

Ik nestelde me op de krant die naast Joost op de bank lag en begon mijn achterpoot te wassen. De warmte, onze natte haren en wij met z’n drieën op de bank, het schepte een band.

‘Nog zeven nachtjes.’ zei Kathleen vanuit het niets.

‘Huh?’ Joost keek haar vragend aan.

‘Het is vandaag 16 november. Nog zeven nachtjes.’ Kathleens stem klonk geheimzinnig.

‘Verdomd. Je hebt gelijk. Wat gaat dat snel.’

‘Het gaat zeker snel. Veel te snel. Ik word dértig!’ Kathleen draaide met haar ogen, maar lachte tegelijkertijd.

Nu snapte ik wat er over zeven dagen aan de hand was en ik bedacht me dat dit het eerste verjaardagsfeestje zou worden sinds ik bij mijn mensen woon.

‘Ik heb geen idee wat ik je moet geven.’ Joosts stem klonk wat timide.

Ik tilde mijn kop op. Dat was toch niet zo moeilijk? Kaas, vis, een zachte deken, een speelgoedmuis.

‘Verzin maar iets leuks,’ zei Kathleen.

Joost draaide zich naar haar toe. ‘Daar kan ik toch niks mee? Zeg gewoon wat je wil hebben.’

‘Oké, doe maar iets romantisch,’ zei Kathleen.

Er ontsnapte een zucht uit Joosts mond.

‘Joost, denk gewoon even na. Zo moeilijk is het niet.’ Kathleen wiegde wat overdreven mee met het nummer dat nog steeds uit de speakers klonk en gaf Joost een knipoog. Ik snapte er niks van en ook Joost keek vertwijfeld voor zich uit.

De rest van de week sprak Kathleen niet meer over haar verjaardag. Ook Joost had het er niet over. Wel viel het me op dat Kathleen de folders, die normaal meteen bij de oude kranten gaan, opengeslagen op tafel liet liggen.

Bij mij had Kathleens aankomende verjaardag herinneringen naar boven gebracht. Zo moest ik denken aan die enkele keer in het jaar dat mijn vorige mens, de boer, me ’s ochtends wakker maakte en ‘Gefeliciteerd, Poes’ zei. Dan aaide hij een paar keer stevig over mijn kop en pakte een schaaltje uit de kast dat hij volschonk met biest. De eerste melk van de koe nadat zij een kalfje heeft gekregen. Dat is zulk goddelijk, romig spul, dat je niet kan stoppen met lebberen.

Ik wist nooit precies wanneer ik jarig was en al die tijd bedacht ik me hoe toevallig het was dat er steeds uitgerekend op mijn verjaardag een kalfje werd geboren.

Pas nu ik er aan terug dacht, realiseerde ik me dat mijn boer de dag dat het eerste kalfje werd geboren eenvoudigweg koos als mijn verjaardag van dat jaar. Omdat dat nu eenmaal een feestdag was.

 

 

De herinneringen aan mijn tijd op de boerderij maakten me wat weemoedig. Niet alleen miste ik mijn boer, maar ook bedacht ik me dat mijn nieuwe mensen geen idee hebben wanneer ik jarig ben. Er worden hier nu eenmaal geen kalfjes geboren. Het betekende dat ik nooit meer mijn eigen speciale dag zou hebben en dat stemde me treurig. Desondanks besloot ik om dan maar blij te zijn voor Kathleen. En inmiddels was ik ook benieuwd naar het cadeautje van Joost.

Gisteren was het dan eindelijk zo ver. Terwijl Kathleen aan het douchen was, had Joost de ontbijttafel gedekt. Op haar bord had hij een klein pakje gelegd, niet veel groter dan een lucifersdoosje. Daarna vulde hij mijn voerbak.

Ik had mijn brokjes bijna op toen Kathleen de woonkamer in kwam lopen. Ze had een rode jurk aan en had haar haren opgestoken. Ze leek wel een filmster. Joost kwam met een verliefde blik naar haar toe lopen, gaf haar een knuffel en fluisterde ‘Gefeliciteerd’ in haar oor. Toen hij haar weer losliet, viel Kathleens oog op het kleine pakketje.

‘Ah Joost… wat is dat nou?’

Joost glimlachte, ging aan tafel zitten en gebaarde dat ze het cadeautje mocht openmaken. Kathleen liet zich op haar stoel zakken en ik sprong snel op de stoel naast haar. Ik keek nog eens naar het pakje op haar bord. En ineens was het me duidelijk.

Kathleen die net iets te lang voor de etalage met sieraden was blijven staan. De opengeslagen folders op tafel met de plaatjes van armbanden, kettingen en ringen. Wat knap van Joost dat hij haar hints toch nog op tijd had begrepen.

Kathleen straalde. Ze trok het pakpapier voorzichtig los; stapje voor stapje, alsof ze de verrassing nog even wilde uitstellen. Ze vouwde het laatste papierflapje opzij en staarde naar het witte doosje in haar handpalm. Er stond een plaatje van een appel op, zo’n zelfde als op het raam van Joosts favoriete winkel.

Kathleen aarzelde, maar opende toen alsnog het doosje.

‘Oortjes?’ vroeg ze.

‘Ja!’ zei Joost enthousiast. ‘Ik weet dat je die al hebt, maar dit zijn de nieuwste. Draadloos, dus geen gedoe meer met kabeltjes die in de klit raken en ook nog eens een veel beter geluid.’

Kathleen bleef zitten. ‘Dank je wel,’ stamelde ze.

Joost leek Kathleens teleurstelling niet op te merken. En ik kan je zeggen, dan ben je nog niet jarig. Tenminste, als het hierbij gebleven was. Want Joost ging weer staan. Hij spreidde zijn armen. ‘Ik wist dat je er blij mee zou zijn, Kath. Maar dit is nog niet alles. Want wat jullie niet weten, is dat er vandaag nog iemand jarig is.’

Kathleen keek hem verbaasd aan. ‘Wat bedoel je? Wie dan?’

Joost lachte en zweeg een paar seconden.

‘Ze zit ook hier aan tafel,’ zei hij toen en hij wees naar… mij.

‘We weten natuurlijk niet wanneer Koosje jarig is en ik heb besloten dat ze vanaf nu elk jaar samen met jou haar feestje mag vieren. 23 november dopen we om tot ‘Kathleen- en Koosje-dag’.

Joost stak zijn hand in zijn zak en haalde er nog een pakje uit. Net zo klein als dat van Kathleen. Hij legde het voor me op de zitting van de stoel. Even was ik met stomheid geslagen. Maar de sterke geur die van het pakketje af kwam was niet te weerstaan. Ik duwde mijn neus ertegenaan en begon aan het papier te krabbelen.

‘O Joost, wat ontzettend lief van je!’ Kathleen sprong overeind en vloog Joost om zijn nek. Ze gaf hem een lange kus op zijn mond en hielp me daarna om mijn cadeautje uit te pakken. Een heerlijk geurende speelgoedmuis kwam tevoorschijn. Ik klauwde ernaar en gooide het ding met mijn beide voorpoten in de lucht. Joost en Kathleen schoten tegelijkertijd in de lach.

Na een feestelijk ontbijt, waarbij ik zelfs een eigen kommetje kwark kreeg, stond Kathleen op om naar haar werk te gaan. Ze gaf Joost opnieuw een knuffel.

‘Dank je wel, lieverd. Je bent de meest attente man die ik me maar kan wensen. Wat heb je Koosje en mij verwend!’

Ze deed haar jas aan en stopte haar nieuwe oortjes in haar oren. Daarna tikte ze met haar vinger op haar mobiel. Heel in de verte hoorde ik weer dat liedje van een week geleden.

Daaimunts. Kurl. Best. Frent.

Op Kathleens gezicht verscheen een brede glimlach.

 

Alle verhalen terug lezen? Klik hier

 

 

 

 

 

 

 

Gerelateerde artikelen

Print Media Nederland

Uitgever van:

Weekblad deGouda
GoudaFM
GoudaTV



Volg ons op



Contact

Karnemelksloot 31
2806 BA Gouda

T 0182 - 322 456


E info(@)degouda.nl