Weekblad deGouda digitaal

Kat in de Stad: Nachtbraken

Mijn mensen hebben weer eens iets. Of eigenlijk hebben ze een gebrek aan iets en dan met name Kathleen. Toen ze er voor het eerst over sprak, dacht ik dat ze een grapje maakte. Maar ze was bloedserieus. Ik zag haar ogen zelfs een beetje nat worden. Gelukkig wist ik wel een oplossing…

Het was me de laatste dagen al opgevallen dat Kathleen wat bleek zag. En bij het ontbijt zat ze onophoudelijk te gapen. Ik vond dat op zich niet vreemd. Mijn mensen brengen maar een uurtje of zeven in hun slaapkamer door en de rest van de dag zijn ze klaarwakker. Voor mij is dat ondenkbaar. Ik ben pas uitgerust als ik zo’n twintig uur per etmaal kan slapen. Lange tijd leek het geen probleem voor ze te zijn. Tot vorige week.

Ik zat naast de ontbijttafel op de grond, hopend op een stukje kaas, toen Kathleen half rennend de trap af kwam. Ze stoof de keuken in en Joost, die bij het aanrecht stond, moest een stap opzij doen, anders was ze tegen hem op gebotst.

‘Had je me niet kunnen roepen?’ vroeg ze. Haar stem klonk geïrriteerd.

‘Ik dacht dat je thuiswerkte,’ zei Joost terwijl hij zijn mes uit de pindakaaspot trok en aflikte. Kathleen leek het niet op te merken.

‘Natuurlijk niet, het is woensdag. Ik heb om 9.00 uur MT-overleg, dat haal ik nooit!’ Haar stem sloeg over. ‘Ik heb meer dan twee uur wakker gelegen vannacht en daardoor miste ik de tweede wekker. Ik ben kapot.’

‘Ah joh, die uren haal je vannacht wel weer in.’

Joosts geruststellende woorden leken niet te helpen.

‘Daar heb ik nu toch niks aan? Waar zijn mijn autosleutels?’

Joost wees naar de buffetkast. Kathleen liep ernaartoe en graaide naar de bos.

‘Je moet gewoon een beetje ontspannen, lieverd, en niet te veel liggen malen ‘s nachts.’

‘Dat gaat ook zo lekker, als jij naast me ligt te zagen. Ik moet gaan. Doei.’ Kathleen liep naar de gang, trok haar jas van de kapstok en liep naar buiten. De deur viel met een dreun dicht.

Joost bleef een paar seconden staan, starend uit het keukenraam en draaide zich toen om. Hij keek me aan.

‘Wat vind jij er nou van, Koosje?’

Wat ik ervan vond? Daar moest ik even over nadenken. In elk geval vond ik het niet slim dat Joost had bedacht om midden in de nacht te gaan zagen.

Verhaal gaat verder na de foto

Het bleef niet bij die ene keer. Bijna elke ochtend moest ik aanhoren hoe lang Kathleen nu weer wakker had gelegen en hoe ze steeds iets anders uitprobeerde om dat op te lossen.

‘Ik heb mijn mobiel om tien uur al uitgezet vanwege dat blauwe licht. Had geen nut.’ En: ‘Warme melk helpt blijkbaar alleen als je zes bent.’

Van yoga-oefeningen raakte ze eerder gefrustreerd dan ontspannen en de meditatie-app was oersaai, vertelde ze zuchtend.

‘Schaapjes tellen, is dat wat?’ vroeg Joost. Kathleen wierp hem een vernietigende blik toe en ook ik snapte niet wat dat voor zin had. Mijn vorige mens, de boer, deed dat regelmatig, maar dan was hij toch echt aan het werk en klaarwakker.

‘Sorry, flauwe opmerking,’ zei Joost. ‘Misschien moet je er wat minder mee bezig zijn. Op deze manier wordt het een obsessie.’

Ik kon hem geen ongelijk geven. Ik vraag me nooit af of ik wel kan slapen en zie hier hoe fris en fruitig ik er elke dag bij loop.

‘Jij hebt makkelijk praten, jij gaat liggen en slaapt in één ruk tot de wekker gaat. Ik word om vijf uur wakker en dan begint het feest.’

Ik keek op. Feest? De enige keren dat ik boven iets van feestvreugde hoorde was als Joost en Kathleen nogal knuffelig de slaapkamer in gingen. Dan wist ik hoe laat het was en maakte ik dat ik wegkwam.

Gisteren, na het ontbijt, ging ik op het bankje voor het huis zitten. Ik dacht aan mijn mensen en ik had met ze te doen. Kathleens geworstel met haar doorwaakte nachten en Joost die dat elke ochtend aan moest horen. En eerlijk gezegd vond ik het ook vrij vermoeiend om naar te luisteren. Ik gaapte en hoorde de voordeur opengaan. Het was Kathleen. Ze gaf me een vluchtige aai over mijn kop en liep naar haar auto. Ik keek haar na en ineens kreeg ik een ingeving. Dat ik daar niet eerder aan had gedacht. En ik hoefde er niet eens iets voor te doen. Ja, wachten totdat het avond werd.

De dag verliep heerlijk rustig, maar de avond was moeizaam. Kathleen wilde samen wandelen, want dat zou helpen om beter te slapen, maar Joost wilde een voetbalwedstrijd kijken. Uiteindelijk ging Kathleen toch maar alleen naar buiten. Ik kroop naast Joost op de bank en dacht aan Pedro, mijn zwart-witte vriend, me afvragend wat hij in deze situatie had gedaan. Ik vreesde dat ik het antwoord wel wist en sloot mijn ogen toen er een goal viel.

Kathleen kwam een klein uur later vrolijker thuis dan Joost en ik hadden verwacht, de wandeling had haar duidelijk goed gedaan. Ze dronk een beker warme melk -want je weet maar nooit-, gaf Joost een kus en vertrok naar boven. Nu moest ik snel zijn. Terwijl ze in de badkamer haar tanden poetste, sloop ik de slaapkamer in. Verboden terrein, ik weet het, maar dit was voor het goede doel.

Even later stond Kathleen in de kamer. Ze sloot de deur en kroop onder het dekbed. Ik hield me stil. Het was belangrijk om te wachten tot het juiste moment. Sneller dan verwacht kwam ook Joost de slaapkamer in stommelen. Hij kroop naast Kathleen, fluisterde iets wat op ‘welterusten’ leek en binnen enkele minuten werd zijn ademhaling rustig. Die van Kathleen daarentegen klonk harder. Ze zuchtte en snoof zelfs af en toe. Dit was het moment.

 

Verhaal gaat verder na de foto

Ik kroop onder het bed vandaan en sprong op het dekbed. Kathleen slaakte een gilletje, Joost gaf geen kik.

‘Koosje, wat doe jij hier?’ fluisterde Kathleen. ‘Je mag niet in de slaapkamer.’

Dat wist ik ook wel. Ik gaf haar een kopje tegen haar kin.

‘Nee Koosje, niet jij ook nog eens hier. Eén snurker in bed is al erg genoeg.’ Er klonk iets van wanhoop in haar stem.

Ik negeerde haar opmerking, die overigens niet klopte. Ik heb mezelf nog nooit horen snurken. In plaats daarvan duwde ik mijn snuit onder haar arm door en begon hard te spinnen.

‘Ach Koosje, je doet wel erg je best. Kun je soms ook niet slapen?’

Als ik had kunnen lachen, had ik het nu uitgeschaterd, maar het enige wat ik deed was me nog meer in haar armen nestelen. Ze kon ook niet weten dat ik juist mijn slaap-skills inzette om haar te helpen.

‘Nou ja, dan houden we elkaar voor deze keer maar in gezelschap,’ zei Kathleen. Haar stem klonk rustiger. ‘Maar alleen vannacht hoor, Koos.’

Natuurlijk. Zo lagen we warmpjes tegen elkaar en wat ik hoopte, gebeurde. Na een paar minuten was ook Kathleens ademhaling gelijkmatig.

Misschien kwam het gewoon door die avondwandeling. Misschien toch door de warme melk, maar het feit was dat Kathleen aan een stuk door sliep totdat de zoemtoon van haar wekker klonk. De avond erna liep ik als vanzelfsprekend achter Kathleen aan de trap op. Dit keer hoefde ik niet ongezien de slaapkamer in te sluipen. Kathleen kroop in bed en keek me aan.

‘Ben je daar nou alweer, Koosje?’ vroeg ze licht vermanend.

Ik sprong naast haar en vleide me tegen haar aan.

‘Alleen vannacht hoor, Koos,’ fluisterde ze in mijn oor.

Ik spinde en sloot mijn ogen. Alleen vannacht.

 

Alle verhalen terug lezen? Klik hier

Gerelateerde artikelen

Print Media Nederland

Uitgever van:

Weekblad deGouda
GoudaFM
GoudaTV



Volg ons op



Contact

Karnemelksloot 31
2806 BA Gouda

T 0182 - 322 456


E info(@)degouda.nl