Weekblad deGouda digitaal

Kat in de Stad: New kid in town

Het was een nogal confronterende week. En ondanks het feit dat ik mijn best heb gedaan om me groot te houden, is dat maar ten dele gelukt. Achteraf gezien moet ik toegeven dat ik me een beetje heb aangesteld. Maar ja, ik ben ook maar een kat, hè?

Het ging als volgt. Ik kwam een paar dagen geleden onze straat in lopen na mijn ochtendwandeling. Voor het eerst sinds lange tijd was ik weer eens naar binnen geglipt bij mijn privé-snackbar. Dat is dat huis enkele straten verderop waar ze zo’n handig kattenluikje hebben, met daarachter een placemat met zilveren bakjes die altijd gevuld zijn. Na een paar happen moest ik alweer maken dat ik wegkwam. Die grote rooie zat me op de hielen tot in mijn eigen straat, maar het was het waard. De verse tonijn was goddelijk.

Ik zat net even uit te hijgen op de stoep voor mijn huis toen de auto van de buurman pal naast me stopte. De man met het kale hoofd, die er nog niet zo lang woont, stapte uit en opende het bijrijdersportier. Hij boog naar voren en kwam weer overeind met een vervoersbak in zijn handen. De bak was leeg, op een opgepropt wit dekentje na.

Wat moet hij met zo’n bak, dacht ik nog, hij heeft toch geen kat? Maar op het moment dat hij de voordeur opende hoorde ik een piepend geluid. Ik rekte me uit en zag achter de tralies nog net een pluizig bolletje, half onder het deken. Voordat ik kon zien wat het was, had de kale zijn voordeur al dichtgegooid.

Ik besloot het te laten voor wat het was. Mijn mensen hebben tot nu toe weinig contact met deze buurman, dus het leek me niet zo belangrijk. Thuis stortte ik me op de bank voor een dutje. Toen ik wakker werd was ik het hele voorval vergeten.

Aan het eind van de middag stond Joost in de keuken achter de pannen. Ik bleef in de buurt. Zoals wel vaker zwaaide Joost op een zeker moment met de houten lepel, waardoor er spetters saus op de vloer terechtkwamen. Ik liep ernaar toe en likte ze op. Er was sprake van een perfecte balans.

Ons keukenritueel werd onderbroken door het geluid van de sleutel in de voordeur. Een paar tellen later zwaaide de deur van de woonkamer open en stond Kathleen voor onze neus, met haar jas nog aan.

‘Joost, waarom heb je niks gezegd?’

Joost keek verbaasd op. ‘Wat bedoel je?’

‘Jij wist dat Eddy een kitten zou krijgen, maar je hebt me niks verteld.’ Er klonk een licht verwijt in haar stem.

‘O, dat zei hij laatst inderdaad. De enige keer dat ik hem heb gesproken. Hij twijfelde nog.’

‘Maar nu niet meer. Sterker nog, hij heeft haar vanochtend al opgehaald. Hij liet me zelfs even binnen om haar te laten zien. Het is zo’n schatje! Ik ben helemaal verliefd.’ Kathleen keek zoals mensen kijken in van die zwijmelseries op tv.

Tijdens het avondeten ging het over niks anders. ‘Het is zo’n cute beestje. Ook een lapjeskat maar dan echt klein, zeker vergeleken met Koosje. En het heeft van die pientere oogjes.’

Bij elke zin die Kathleen uitsprak, voelde ik me kleiner worden. En tegelijkertijd groot en lomp.

‘Je moet echt gaan kijken, Joost. Je bent meteen verkocht. Ze heet Noortje en ze is zo speels. Ik zou bijna ook voor een kitten willen gaan.’

 

Verhaal gaat verder na de foto

 

Nu wist ik het zeker. Ik had mijn langste tijd gehad in dit gezin. Ik sjokte weg van de tafel, richting het wollen vloerkleed. Daar liet ik me op mijn buik zakken.

‘Waarom moet ik gaan kijken?’ bromde Joost. ‘Zo goed ken ik die kerel niet. Hij heeft mij nog nooit binnen gevraagd.’

Ik spitste mijn oren.

‘En ik zeg het alvast maar, Kathleen, ik wil echt geen kitten in huis.’

Ik veerde een beetje op en keek om naar de tafel waaraan mijn mensen zaten.

‘Dat weet ik ook wel. Maar zeg nooit nooit.’

Persoonlijk had ik liever dat ze altijd nooit zei. Ik moest iets doen om Kathleen ervan te overtuigen dat ik nog heel wat waard was. Ook ik kon heus nog speels zijn. Met een kwieke tred liep naar het midden van de woonkamer en begon naar mijn eigen staart te happen, zoals ik dat als jonkie deed. Ik draaide rond, sneller en sneller, maar werd plots zo dizzy dat ik prompt op mijn zij viel.

Joost schoot in de lach en Kathleen lachte zowaar mee. Dat was een goed teken. Koosje – Noortje: 1-0.

Maar ik had Kathleen onderschat.

‘Kijk nou hoe speels Koosje nog is. Misschien vindt zij het ook leuk om een maatje te hebben.’

Vanuit mijn ooghoek zag ik Joost fronsend naar Kathleen kijken, waarna ze wijselijk haar mond hield.

De dagen erna was het stil op het kitten-vlak. Kathleen leek het onzalige idee, om een jonge kat in huis te halen, te hebben laten varen. Mijn rust en mijn voerbak leken gered. Totdat ze gisteren op het plaatsje achter ons huis was en Joost riep. Buiten scheen de herfstzon op de klimop die tegen de schutting van buurman Eddy groeide.

‘Kom kijken, Joost. Noortje zit nu al in de tuin.’

Tot mijn verbazing stond Joost op van de bank. Ik draaide me demonstratief om. Maar ineens voelde ik twee handen om mijn buik.

‘Zullen we toch maar even gaan kijken, Koosje?’

Ik probeerde me los te worstelen. Ik werd niet goed bij de gedachte dat nu ook Joost in katzwijm zou vallen voor die kleine aandachttrekker. Maar Joost liet me niet los en drukte me stevig tegen zijn borst.

‘Geen zorgen, Koosje. Er komt hier echt geen kitten in huis. We gaan alleen even kijken.’

Ik staakte mijn verzet.

Op ons plaatsje stond Kathleen op haar tenen. Ze kon net aan over de schutting kijken. Joost hoefde niet op zijn tenen te staan en ook ik had een goed zicht op de bescheiden tuin van de buurman. Eddy zat op zijn hurken en Joost mompelde ‘goeiemorgen’.

En toen zag ik haar. Klein en prachtig gevlekt. Het was alsof ik mezelf als kitten zag. Ik duwde me een beetje af van Joosts borst en zette mijn voorpoten op de bovenkant van de schutting. Het beestje was totaal niet bang en sprong op dezelfde manier als de eekhoorns deden bij ons vakantiehuisje in het bos, met van die sierlijke boogjes. Ik moet toegeven dat ik het een aandoenlijk gezicht vond.

‘Lief hè, Koosje?’ Ineens stond Kathleen naast ons. ‘We kunnen misschien op haar te passen als Eddy op vakantie gaat. Dan komt ze gezellig bij ons in huis.’

Ik schrok. Dit ging toch weer de verkeerde kant op.

‘Dat vind ik een mooi aanbod, Kathleen,’ klonk de stem van Eddy.

‘Ik weet niet of dat een goed idee is,’ zei Joost snel. ‘Koosje is heel territoriaal. Dat zou ik sneu vinden voor de kleine. Toch, Koosje?’

In één beweging tilde hij me boven de schutting uit, zodat ik oog in oog hing met kale Eddy. Vanuit het niets begon ik te blazen. Het kostte me niet eens moeite. Eddy deed een stap naar achteren en schudde zijn hoofd.

‘Dat bedoel ik,’ zei Joost, terwijl hij een ‘zie-je-wel-blik’ naar Kathleen wierp. Noortje zat ondertussen achter een vliegje aan en leek gelukkig niets gemerkt te hebben. Ik vleide me weer tegen Joosts borst aan en begon te spinnen. Over sommige dingen kun je maar beter meteen duidelijk zijn.

Alle verhalen terug lezen? Klik hier

 

Getagd met:

Gerelateerde artikelen

Print Media Nederland

Uitgever van:

Weekblad deGouda
GoudaFM
GoudaTV



Volg ons op



Contact

Karnemelksloot 31
2806 BA Gouda

T 0182 - 322 456


E info(@)degouda.nl