Weekblad deGouda digitaal

Kat in de Stad: Van die dingen waar je liever niet over praat

Zoals de meesten van jullie weten hebben mijn mensen Joost en Kathleen mij kort geleden kennis laten maken met mijn nieuwe buitenwereld. Los van het feit dat ik die eerste keer een sprintje moest trekken om een bezorgscooter te ontwijken -ik beschouw dat als een gecalculeerd incident- heeft die kennismaking met ‘buiten’ me sowieso verrast. 

Daar waar ik bij mijn vorige mens kon rondscharrelen op het onverharde boerenerf en kon rollebollen in de hooiberg, is dat in mijn nieuwe buitenwereld een ander verhaal. Want in de stad bestaat ongeveer alles uit steen. De huizen, de stoep, de straten, de tuinafscheidingen, noem maar op. En dat is een probleem.
Oké, het wordt een beetje een intiem praatje, geef ik toe, maar we kennen elkaar inmiddels iets langer. Het volgende is het geval.
Ik neem je eerst mee terug naar het moment waarop ik in het asiel belandde. Daar werd ik in een hok gestopt waar ook een bak met grind in stond, waarin ik mijn behoefte moest doen. Kun je het je voorstellen? Ik bedoel, heb jíj jouw toilet in je slaapkamer staan? Vergeet niet, wij katten ruiken 15 keer beter dan mensen.

Dus toen Joost en Kathleen mij meenamen naar mijn nieuwe huisje, was ik dolblij dat ik verlost was van die situatie. Maar tot mijn schrik stond bij hen in de keuken ook zo’n bak met grind. Weliswaar met een dakje erop en een deurtje erin, dus dat was een verbetering, maar toch.
Toen ik aan het eind van die eerste dag nogal nodig moest, ging ik bij de achterdeur staan, in de hoop dat we dit anders konden oplossen. Zoals ik dat ook altijd bij mijn boer deed. Maar dat was absoluut niet de bedoeling. Nee, Koosje moest drie weken binnen blijven.
Na een paar dagen mocht ik wel eventjes ‘luchten’ op het plaatsje achter. Maar op het moment dat ik de volledig betegelde en ommuurde plek betrad, wist ik dat hier de oplossing ook niet lag.

Ik heb het geaccepteerd, ik had weinig keus. Al vond ik het niet kunnen dat die grindbak nog geen meter bij mijn etensbakje vandaan stond. Draai het eens om naar je eigen situatie, zou ik zeggen. Verder had ik geen idee hoe lang ‘drie weken binnen blijven’ zou duren, wij katten leven bij de dag. Ik was dus totaal verrast, toen ik laatst ineens bij deur aan de voorkant van het huis naar buiten mocht. Eindelijk was mijn toilet weer even groot als de buitenwereld. En nu zijn we bij het punt beland, waar ik het met je over wilde hebben.

Ik ben niet heel veeleisend, maar ik doe mijn behoefte graag in een beetje rulle, schone aarde. Op de boerderij was dat nooit een probleem. Maar in onze straat wonen zeker twintig katten, als het er niet meer zijn. En net als ik, houden ook zij van een ongebruikt toilet. Terwijl de plekken met een rulle aarde hier nogal schaars zijn.
Als die rooie van vijf huizen verderop net zijn behoefte heeft gedaan in het perkje rond de boom schuin voor mijn huis, dan sla ik die over en loop door, op zoek naar een frisse plek.
Wil ik vervolgens in een stenen plantenbak onder het gebladerte kruipen, dan word ik er uitgejaagd door de bewoner van dat huis. Het betekent dat ik vaak lange wandelingen moet maken voor een simpele sanitaire stop.

Dat heeft ook een voordeel. Ik heb inmiddels een hoop ontdekt in mijn nieuwe wereld. Zo heb ik uitgevonden dat je op die smalle, hoge bruggetjes boven de gracht lekker kan chillen, terwijl je tegelijkertijd de boel een beetje in de gaten kan houden. Geen overbodige luxe, met die macho-katers in deze buurt.
En ik weet inmiddels ook dat er een paar straten verderop een huis is met een minideurtje in de voordeur. Als je daar je neus tegenaan duwt, sta je in een keer binnen. En niet alleen dat, de tafel is er ook al gedekt. Op een placemat achter de voordeur staan twee glimmende bakjes die altijd gevuld zijn.
Vaak lukt het me om een paar happen te nemen, voordat de langharige kat des huizes lucht heeft gekregen van mijn bezoek. Dat ik vervolgens naar buiten moet sprinten en, zigzaggend tussen wandelaars door, moet rennen voor mijn leven, heb ik er graag voor over.

Na zulke uitstapjes ben ik wel kapot. Zo veel mensen, zo veel geluiden. Zo anders dan ik gewend was. Daarom ben ik het allerliefst ’s avonds buiten. Want tot mijn verbazing kom je tegenwoordig na een bepaald tijdstip geen hond meer tegen op straat. Correctie, ik bedoel geen mens. Behalve degenen met een hond. Snap jij het nog?

Verhaal van Marlen Visser (bekend van de thriller Noodlot)

Reageren op dit verhaal? Stuur een mail naar redactie@degouda.nl

Gerelateerde artikelen

Print Media Nederland

Uitgever van:

Weekblad deGouda
GoudaFM
GoudaTV



Volg ons op



Contact

Karnemelksloot 31
2806 BA Gouda

T 0182 - 322 456


E info(@)degouda.nl