Weekblad deGouda digitaal

Kat in de Stad: Vrede op aarde

Ik heb altijd begrepen dat dit de mooiste tijd van het jaar moet zijn. Een tijd van saamhorigheid en vrede op aarde. Dat leek er de afgelopen dagen in de verste verte niet op.  Gelukkig heb ik -onbedoeld- het tij kunnen keren. Maar man, man…

Vanaf het moment dat ik de eerste lichtjes zag, aan de gevel van het grachtenpand tegenover ons huis, wist ik, het is bijna Kerstmis. Mijn vorige mens, de boer, hing altijd een sliert van lampjes in de perenboom voor de boerderij. Een paar dagen daarna was het dan zover: na een lange werkdag verruilde hij zijn klompen voor geribbelde instappantoffels, liep naar de badkamer voor een douche en zette vervolgens een plaat op met jingle bell muziek. Daarna aten we samen. Het was de enige keer in het jaar dat mijn schoteltje niet op de grond stond, maar tegenover hem op de tafel.

Aangezien dit mijn eerste kerst bij Joost en Kathleen zou worden, was ik benieuwd hoe het er hier aan toe zou gaan. Maar voordat het zover was, gebeurde er afgelopen week het volgende.

Ik lag op de vensterbank naar buiten te staren, toen Joost aan kwam rijden en zijn auto voor ons huis parkeerde. De achterklep stond een beetje open en er stak iets langs en groens uit. Joost stapte uit en opende de voordeur.

‘Kat!’ riep hij vanuit de gang. Ik was verbaasd, maar desondanks kwam ik langzaam overeind, rekte mijn rug hoog en rond en gaapte.

‘Kat, kom eens!’ riep Joost, nu iets harder. Waarom noemde hij me zo? Ik had toch een naam? De kou van buiten drong via de openstaande tussendeur de woonkamer binnen. Ik besloot gehoor te geven aan Joosts verzoek, sprong op de grond en liep naar de gang. Gek genoeg leek hij me niet te zien. Hij stapte half over me heen en wierp een blik in de woonkamer.

‘Waar is het vrouwtje?’ vroeg hij me. Op dat moment viel het kwartje. ‘Kat’ was Kathleen. Zo had Joost haar nog niet eerder genoemd, althans niet waar ik bij was. Op hetzelfde moment kwam Kathleen de trap af lopen.

‘O, Kathje, ben je daar?’

‘Kathje? Doe effe normaal, zo heb je me al een paar jaar niet meer genoemd.’ Kathleen fronste haar wenkbrauwen.

Joost lachte en gaf haar een kus op haar mond. ‘Ik heb een verrassing voor je.’

‘Okeee…?’ Kathleens stem ging een beetje omhoog, net als haar mondhoeken. Dat kreeg die Joost toch maar weer snel voor elkaar, bedacht ik me.

Verhaal gaat verder na de foto

‘Kom maar kijken,’ zei Joost, terwijl hij de voordeur uit stapte. Kathleen volgde hem. Ik bleef in de deuropening staan.

‘Zo groot?!’ Kathleen stond naast Joost achter de auto.

‘Ja, goed hè? Ik wilde eindelijk eens een echte boom. Dat hadden we vroeger thuis ook.’

Joost begon aan het groene uitsteeksel te sjorren. Nu zag ik het pas. Het was een dennenboom met een net eromheen. Wat moesten ze daar nou mee? We hebben alleen maar tegels op het plaatsje achter het huis.

‘Die past nooit, Joost. En waarom een echte? Weet je wel hoeveel naalden zo’n boom laat vallen?’ Kathleen klonk niet bepaald als iemand die net verrast was.

‘Die vegen we gewoon op, Kath. Dit is veel leuker. Echt Kerst.’

‘Ik wilde vanavond net de kunstboom van zolder halen. Die past precies op het kleine tafeltje naast de tv. En hou alsjeblieft op met dat “ge-Kath”.’

Inmiddels was me duidelijk geworden dat Joost een oud koosnaampje had ingezet om Kathleen gunstig gestemd te krijgen. Tot nog toe zonder al te veel succes. Ik snapte Kathleens probleem trouwens niet helemaal. Wat gaf het als er wat naalden in de achtertuin vielen? Die waaiden wel weer weg.

Intussen had Joost de boom uit de achterbak getrokken. Kathleen schudde haar hoofd en zuchtte hoorbaar. Toch hielp ze Joost met sjouwen.

‘Jij mag de naalden opvegen. En als hij niet past, dan houdt het op en moet je hem maar weggeven aan iemand die wel ruimte heeft.’

Ik ging mee naar binnen en liep al naar de achterdeur, maar tot mijn verbazing haalden mijn mensen middenin de woonkamer het net van de boom. Joost liep weer naar buiten en kwam terug met in zijn ene hand twee houten latjes en in zijn andere hand een hamer. Even later trok hij de boom, met de eronder getimmerde latjes, overeind en schoof hem in de hoek naast het raam. De top raakte het plafond. ‘Die staat,’ zei hij.

Serieus? Gingen ze die boom bínnen zetten?

‘Kijk nou, Kath. Eh… Kathleen. Geweldig toch?’ Joosts ogen glommen. Kathleen forceerde een glimlach.

Ik zat op de bank en keek ernaar. Joost kroelde over mijn kop. ‘Wat vind jij ervan, Koosje? Deze is speciaal voor jou, omdat het je eerste kerst bij ons is.’

Voor mij? Ik wist niet wat ik hoorde en begon als vanzelf te spinnen.

Even later zat Joost op zijn knieën voor de boom, met naast zich een doos vol zilverkleurige spullen. Kathleen leek zich, met enige tegenzin, geschikt te hebben in de situatie. Vanaf de bank keek ze toe hoe Joost de boom versierde. Aan de takken hing hij niet alleen lampjes,  maar ook glimmende ballen en knisperende slierten. Ik was naast hem gaan zitten en keek omhoog. Wat een machtig cadeau! Hij was nog mooier dan de perenboom van mijn boer.

Tegen elven maakten mijn mensen zich eindelijk klaar om naar bed te gaan. Kathleen liep de trap op en Joost deed de lampjes in de boom uit. Hij gaf me aai over mijn kop. ‘Welterusten, Koos.’

Ik vergaf hem dat hij me zo noemde en wachtte totdat ook hij de woonkamer uit was. Ik wilde in mijn eentje van dit moment genieten.

Zodra het boven stil was, liep ik tot onder de boom. Hij was hoog, maar lang niet zo hoog als de boom in het bos, waarin ik afgelopen zomer in was geklommen. Eigenlijk was hij perfect.

Ik rook de geur van hars en op dat moment kon ik me niet langer beheersen. Ik nam een grote sprong en klauterde via de stam en de zijtakken omhoog, tot vlak onder de piek. Een regen van naalden viel met een tikkend geluid op de houten vloer. De tak waarop ik zat boog gevaarlijk door en de kerstballen zwaaiden heen en weer. Mijn staart zwiepte van opwinding.

Ik hervond mijn evenwicht en tikte voorzichtig met mijn voorpoot tegen de glimmende bal vlak onder me. Hij schommelde zachtjes. Ik tikte harder en de bal zwaaide heviger.

Op dat moment had ik mezelf niet meer onder controle. Ik gaf een harde pets tegen de bal en hij vloog met een bloedgang richting de grond en viel in scherven uiteen. Mijn poot ging als vanzelf naar bal nummer twee. Pats! Ook die lag in stukken op de houten vloer. Het brekende geluid had een aanjagende werking. Binnen de kortste keren had ik meer dan de helft van de ballen uit de boom gewerkt.

De zilveren sliert was lastiger, die zat om meerdere takken gewikkeld. Ik balanceerde op de dikste tak en krabde net zolang totdat ik de slinger los had gekregen. Dat er daarmee opnieuw duizenden naalden op de grond terechtkwamen, daar kon ik ook niks aan doen.

De lampjes sloeg ik over. Die zaten te vast en bovendien had Joost daar het meeste werk aan gehad. Het leek me gezellig als die met kerst nog konden branden. Vermoeid maar voldaan sprong ik op de grond, ontweek de glimmende scherven en liet me zakken op het kleed. Ik snoof nog een keer door mijn neusgaten, om de heerlijke dennengeur vast te houden, en viel in een diepe slaap.

Ik schrok wakker van een langgerekt ‘O neeee!’ Joost stond in de deuropening van de woonkamer. Ik had hem niet eens de trap af horen komen.

‘Mijn god wat is hier gebeurd?’ Het leek wel alsof Joost ging huilen. Verschrikt kwam ik overeind.

‘Kathleen! Kom kijken!’ riep Joost over zijn schouder en daarna stond hij in twee stappen voor me.

‘Koosje! Verdomme, wat heb je gedaan?’

Ik dook in elkaar en keek de andere kant op.

‘Mijn boom! Er is helemaal niks van over.’ Joosts blik ging naar de grond, waar de scherven van de kerstballen op een bed van naalden lagen.

Mijn boom? Wat bedoelde hij? Joost had hem toch voor míj neergezet? Ik bleef doodstil zitten. Op de trap klonken de voetstappen van Kathleen.

‘Wat is er aan de… O neeee!’ Kathleen sloeg een hand voor haar mond.

Joost stak beide handen in de lucht en schudde met zijn hoofd. ‘Die kat heeft de hele boel gesloopt. Dit is niet meer te herstellen.’

Voor het eerst sinds ik bij mijn mensen woon, voelde ik me kleiner en kleiner worden. Dit was één groot misverstand. Kathleen was even stil. Maar toen, vanuit het niets, begon ze te lachen, harder en harder, totdat de tranen uit haar ogen rolden.

‘Sorry,’ hikte ze. ‘Het is heel erg, echt, maar ook zo bizar grappig. ‘Wat een puinhoop.’

Joost keek haar verbaasd aan.

‘De lampjes hangen er nog, Joost,’ gierde ze, ‘Koosje heeft het goed begrepen. Met Kerst gaat het om het licht, niet om de glitters.’

Joost kon er nog steeds niet om lachen, maar leek wel wat te ontspannen.

Al was het allemaal wat ondoordacht en ongeremd, mijn nachtelijke actie, toch heeft het vrede op aarde gebracht. Want nadat Joost de lampjes uit de bijna kale boom had gehaald en hem naar het plaatsje achter ons huis had gesleept, waarbij Kathleen hem dit keer wel hielp door te stofzuigen, zaten ze samen aan het ontbijt. Voorzichtigheidshalve was ik op de bank blijven zitten.

‘Tja, een echte boom is ook eigenlijk niks als je een kat in huis hebt.’ Kathleen nam een slok van haar thee.

Joost knikte, met een wat spijtige blik naar de achtertuin, waar de resten van zijn trots lagen.

‘We kunnen het Koosje niet kwalijk nemen, Joost. Ze is vast geen boom in huis gewend,’ zei Kathleen.

Ik knikte instemmend. Precies. Dat. En het was tenslotte mijn boom.

‘Gelukkig doen de lampjes het nog,’ zei Kathleen. Ze beet op haar lip en moest zichtbaar moeite doen om niet weer in lachen uit te barsten.

En toen, eindelijk, brak er een voorzichtige glimlach door op Joosts gezicht.

‘Dat moet voldoende zijn,’ zei hij. ‘Waar ligt die kunstboom ook alweer?’

 

Alle verhalen terug lezen? Klik hier

Gerelateerde artikelen

Print Media Nederland

Uitgever van:

Weekblad deGouda
GoudaFM
GoudaTV



Volg ons op



Contact

Karnemelksloot 31
2806 BA Gouda

T 0182 - 322 456


E info(@)degouda.nl